slaapdrank

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vloeibaar slaapmiddel
    Voor ze naar bed ging, heeft ze een fles met een slaapdrank gereedgezet, om haar opstaan in de nacht verklaarbaar te maken.
    Aanstaand biograaf Lucien Custers schrijft over de tragedie van 1904: na een conflict op het Doetinchems Gymnasium (dat de landelijke pers haalde) neemt Dèr Mouw een flesje chloraal in, een sterke slaapdrank, in de hoop dat hij het niet overleeft.