slaapmuts
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈslapmʏts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) meestal in een punt uitlopend hoofdbedekking van textiel, gedragen tijdens de nachtrustNu de nachten weer koud zijn draag ik een slaapmuts.
- (drinken) borrel die men drinkt om goed te kunnen slapenVoor het slapengaan neem ik altijd een slaapmutsje
- (plantkunde) benaming voor
Etymologie
**[2] op te vatten als terugvorming uit "slaapmutsje" zonder achtervoegsel -je
Vertalingen
Engelsnightcap
Fransbonnet de nuit
DuitsSchlafmütze
Spaansgorro de dormir
Italiaansberretto da notte
Zweedsnattmössa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek