slaapzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaal die bestemd is om in te slapen door meerdere mensen
    Ik rekende direct af voor drie nachten, waarbij ik de laatste twee in een stapelbed op een slaapzaal zou gaan doorbrengen.
    De groene pluchen salon met de doffe witte kaarslantaarns veranderde in een knechtenkamer, of misschien eerder nog een slaapzaal.

Vertalingen

Spaansdormitorio