slang

mannelijk/vrouwelijk (de)/slɑŋ/

Wat is de betekenis van slang?

slang betekent: (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde vormen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde vormen
  2. techniek (techniek) buigzame buis
zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep

Voorbeelden van "slang" in een zin

  • Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.
  • Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang.

Etymologie

*[B] van """, in de betekenis van ‘groepstaal’ aangetroffen vanaf 1891

Uitdrukkingen

  • Listig als een slangErg listig, gewiekst zijn
  • Een slang aan/in zijn boezem voedenGoed zijn voor iemand die dat niet toekomt (een verrader, schurk e.d.)
  • Als door een slang gebetenPlotseling zeer verschrikt en/of heftig reageren

Vertalingen

Engelssnake, serpent, hose
Fransserpent
DuitsSchlange
Spaansserpiente, culebra, serpiente
Italiaansserpente
Poolswąż
Zweedsorm