langs

/lɑŋs/

Betekenis

voorzetsel
  1. terzijde van, evenwijdig aan
    Het fietspad loopt langs het kanaal.
    Binnen een uur was ik de kou weer vergeten omdat het zweet langs mijn hoofd begon te druipen.
  2. op een kort bezoek bij
    Ik moet nog even langs de bibliotheek
    Hij ging elk weekeind langs zijn moeder.
  3. (Belgisch-Nederlands) via, door

Etymologie

** als bijwoord van richting aangetroffen vanaf 1285

Uitdrukkingen

  • langs om

Vertalingen

Engelsalong