sleep
mannelijk (de)/slep/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer), (scheepvaart) datgene wat gesleept wordtHij had een sleepje om naar de garage te brengen.
- (kleding) een lange voortzetting van een jurk of rok die over de grond sleeptHaar bruidsjurk had een lange kanten sleep.
Etymologie
*van Middelnederlands """, van "slepen"
Vertalingen
Spaanscola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek