Slenk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. greppel of slootje
    Via grenssluis `Ansitz' wordt van alles naar een slenk in het bos gesleept: 'een campingtafel, drie krukjes, tentdoek ter camouflage, koffieservies, gebak, dranken, een stuk reewild en een fazant ter overhandiging aan de IM-kandidate, een bordje met het opschrift HUBERTUSSCHENKE - GRENSBEREIK, telefoonverbinding naar beide beveiligingsposten. {{Aut| Bok, Pauline de
  2. een gedaald stuk aardkorst tussen twee verticale breukvlakken
    En platentektoniek, het op de wereldbol rondschuiven van de continenten, heeft er nog wat mee te maken ook: in Oost-Afrika, de streek waar beroemde fossielen als Lucy (Australopithecus afarensis) en latere hominiden zijn gevonden, scheurt zich een nieuwe continentale plaat los. En dat geeft vulkanisme. De scheur kennen we als de Grote Afrikaanse Slenk. de Standaard 03 FEBRUARI 2016 Bas den Hond
  3. een geul of rivierbedding waar eb- en vloedwater doorheen stroomt, zoals in Zeeland of het waddengebied.

Etymologie

* uit het Fries

Vertalingen

Engelsgraben