sliet

mannelijk/vrouwelijk (de)/slit/

Wat is de betekenis van sliet?

sliet betekent: recht stammetje waarvan de takken zijn afgehakt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. recht stammetje waarvan de takken zijn afgehakt
  2. bouwkunde, geschiedenis (bouwkunde) (geschiedenis) staken die als horizontaal rooster in de grond onderdeel van de fundering zijn
  3. bouwkunde, geschiedenis (bouwkunde) (geschiedenis) staken die horizontaal, dwars over de balken van een schuur of stal liggen, zodat daarop weer hooi of graan kan worden bewaard
  4. bouwkunde (bouwkunde) staak die in een stal horizontaal is bevestigd als afscheiding tussen twee paarden of koeien
  5. afzondelijke sta-, lig- of zitplaats voor mensen of dieren

Voorbeelden van "sliet" in een zin

  • {{ouds|1935/46
  • Er werden in de lengterichting van de toekomstige muur twee dunne rondhouten (zogenoemde slieten) gelegd op ongeveer 1,20 meter uit elkaar (…). Daartussen zijn aangepunte paaltjes van circa 2 meter lengte in de veenbodem geslagen, dicht op elkaar. Evenwijdig aan de slieten zijn over de paaltjes aaneengesloten dunnere slieten gelegd. Al deze rondhouten zijn van elzen- of berkenhout. Over dit geheel zijn dwars op de slieten weer slieten gelegd van ongeveer 1,25 meter lengte.
  • Op de deel werd gedorst, koren werd op de slieten van de deel opgeslagen.
  • Hij was de schuurpoort al binnen en op weg naar zijn peerdstal. (…) - Ho, oh! Cesar! Hij dreefelde tusschen den sliet en hun lijf en ging in de kribben tasten, dan wierp hij achteloos en haastig de kleeren af en kroop donkerling te bed.
  • Het nieuwe paard, de “indringer”, staat daar, “donker in dezelfde sliet waar Djole twintig jaar geleefd had”.

Etymologie

*van Middelnederlands "sliet"