slijmzwammen

/ˈslɛimzwɑmə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. protisten (protisten) groep eencellige eukaryoten die zich voortplanten met sporen, maar zachte celwanden zonder chitine hebben, infrastam
    Van slijmzwammen is lang gedacht dat het schimmels zijn.

Etymologie

*slijmzwam met uitgang -en

Vertalingen

Engelsslime molds