slijmzwammen
/ˈslɛimzwɑmə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (protisten) groep eencellige eukaryoten die zich voortplanten met sporen, maar zachte celwanden zonder chitine hebben, infrastamVan slijmzwammen is lang gedacht dat het schimmels zijn.
Etymologie
*slijmzwam met uitgang -en
Vertalingen
Engelsslime molds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek