snijkoek

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zachte, bruingekleurde, kleffe koek die men direkt voor het gebruik in plakjes snijdt
    Wat je ervan onthoudt is dat je nooit koekjes of baksels met een verschillende aw-waarde samen in één trommel moet stoppen. Altijd wordt dan de één slapper en de ander droger. De hoogste aw-waarden vinden we, afgezien van de snijkoek, bij brood en roggebrood (0,95). Heel lage waarden (minder dan 0,40) hebben beschuit, crackers, chips en cornflakes. Er zijn lijsten van aangelegd. NRC Karel Knip 25 november 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/11/25/speculaas-knapperig-eet-eens-een-kletskop-5428576-a1533694 Speculaas knapperig? Eet eens een kletskop]
    Nederlanders zijn met 18 kilo per jaar nog altijd Europees kampioen koekjes (biscuit, banket en snijkoek) eten, maar de tijd van grote groei is voorbij. NRC Janet van Dijk 29 januari 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/01/29/de-koekjeswereld-wankelt-7340493-a616634 De koekjeswereld wankelt]
    Dag in dag uit, jaar in jaar uit met de hand of aan de lopende band beschuiten in bussen, koekjes in blikken en snijkoeken in wikkels doen, of kersen ontpitten voor kersenbonbons, of Café Noir glazuren - wat moeten de duizenden meisjes en vrouwen van Verkade in de loop van honderd jaar onder de eentonigheid van hun werk hebben geleden! NRC Wim Wennekes 19 februari 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/02/19/werken-bij-verkade-het-was-oergezellig-7343176-a98747 Werken bij Verkade; Het was oergezellig]

Vertalingen

Engelsspiced gingerbread, honey cake, gingerbread