snoet
mannelijk (de)/snut/
Wat is de betekenis van snoet?
snoet betekent: het vooruitspringende deel van de kop van een dier met de bek en de neus
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vooruitspringende deel van de kop van een dier met de bek en de neus
- aangezicht van een mens
Voorbeelden van "snoet" in een zin
- Er klonk geschuifel vanuit de gang en Capote kwam binnen, voorafgegaan door een grote bulldog met een witte snoet. `Dit is Bunky,' zei hij. Bunky besnuffelde me even en we gingen zitten. {{Aut|Zwagerman, Joost
- `En Aisa had meer gedronken dan ze aankon,' voegde Marina er met haar Mona Lisa-snoetje aan toe. 'Ze werd opeens heel erg aanhalig. Zeker toen jij in slaap was gevallen.' {{Aut|Berg, Michael
- Dit weekend belooft opnieuw zonnig te worden. Nog net voldoende tijd om de winkelstraat in te gaan op zoek naar een zomers geurtje, kleurrijk jurkje en een nieuwe zonnebril. Want, wat is leuker dan de zonnestralen weren met een hip montuur op je snoet? Deze zonnebrillen zijn net dat tikje anders, honderd procent Belgisch en bezorgen u gegarandeerd een zomergevoel. de Standaard 25/juli/2017 door aems
Etymologie
* afgeleid van snoet
Vertalingen
Engelsface, phiz
Fransgueule
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek