bek
Wat is de betekenis van bek?
bek betekent: (anatomie) snavel van vogels
Betekenis
- (anatomie) snavel van vogels
- (anatomie) mond van dieren
- (anatomie), (dysfemisme) mond van een mens
- iets dat qua vorm of beweging overeenkomst vertoont met een bek
- (werktuigbouwkunde) deel van een bankschroef
Voorbeelden van "bek" in een zin
- De eenden eten het kroos met hun bek.
- De hond draagt de puppies in zijn bek.
- De vent heeft een veel te grote bek, hij moet zijn smoel eens houden.
- De gynaecoloog gebruikt een speculum dat ook wel eendenbek genoemd wordt.
Betekenis en uitleg van bek
Een 'bek' is de opening in het gezicht van een dier, zoals vissen en vogels, waarlangs ze voedsel opnemen en geluid produceren. Bij mensen wordt het woord vaak gebruikt in informele contexten om naar de mond te verwijzen.
Het woord 'bek' komt vaak voor in gesprekken over dieren en hun voedingsgewoonten. In de omgangstaal kan het ook gebruikt worden om te verwijzen naar iemand's mond, vaak met een speelse of informele bijklank. Bijvoorbeeld, als iemand iets ongepast zegt, kan men zeggen: 'Hou je bek eens!' wat aangeeft dat ze willen dat de persoon stopt met praten.
Voorbeelden
- De vogel op de tak opende zijn bek en zong een prachtig lied.
- Hij had een grote bek vol met chips toen zijn vriend binnenkwam.
- De vis spatte met zijn bek op het wateroppervlak om een vlieg te vangen.
Woordoorsprong
Het woord 'bek' heeft zijn oorsprong in het Oudnederlands, waar het verwant is aan het woord 'beke', dat ook een opening of mond betekent.
Veelgestelde vragen over bek
Wat is de betekenis van bek?
bek betekent: (anatomie) snavel van vogels
Hoeveel betekenissen heeft bek?
bek heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft bek?
bek is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je bek in een zin?
Voorbeeld: “De eenden eten het kroos met hun bek.”
Etymologie
* Van het Franse bec, in de betekenis van ‘snavel, mond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- breek me de bek niet open
- een grote bek hebben — brutaal zijn
- op je bek gaan — (letterlijk) hard en pijnlijk vallen{{figuurlijk|nld
- zijn bek houden — gedwongen of op uitdrukkelijk bevel zwijgen