bek

mannelijk (de)/bɛk/

Wat is de betekenis van bek?

bek betekent: (anatomie) snavel van vogels

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) snavel van vogels
  2. anatomie (anatomie) mond van dieren
  3. anatomie, dysfemisme (anatomie), (dysfemisme) mond van een mens
  4. iets dat qua vorm of beweging overeenkomst vertoont met een bek
  5. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) deel van een bankschroef

Voorbeelden van "bek" in een zin

  • De eenden eten het kroos met hun bek.
  • De hond draagt de puppies in zijn bek.
  • De vent heeft een veel te grote bek, hij moet zijn smoel eens houden.
  • De gynaecoloog gebruikt een speculum dat ook wel eendenbek genoemd wordt.

Etymologie

* Van het Franse bec, in de betekenis van ‘snavel, mond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • breek me de bek niet open
  • een grote bek hebbenbrutaal zijn
  • op je bek gaan(letterlijk) hard en pijnlijk vallen{{figuurlijk|nld
  • zijn bek houdengedwongen of op uitdrukkelijk bevel zwijgen

Vertalingen

Engelsjaw
Fransbec, gueule, gueule
DuitsSchnabel, Maul, Schnauze
Spaanspico