snot

onzijdig (het)/snɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een slijmerige afscheiding uit de neusholte, neusvocht
    Door die allergie zit ik weer vol snot.
  2. diergeneeskunde (diergeneeskunde) een pluimveeziekte
    Snot wordt veroorzaakt door de bacterie Mycoplasma Gallisepticum.

Etymologie

* van snuiten

Vertalingen

Engelssnot, Chronic Respiraroty Disease (CRD)
Spaansmoco