snot
onzijdig (het)/snɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een slijmerige afscheiding uit de neusholte, neusvochtDoor die allergie zit ik weer vol snot.
- (diergeneeskunde) een pluimveeziekteSnot wordt veroorzaakt door de bacterie Mycoplasma Gallisepticum.
Etymologie
* van snuiten
Vertalingen
Engelssnot, Chronic Respiraroty Disease (CRD)
Spaansmoco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek