snowboarder

mannelijk (de)/ˈsnobɔːrdər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die op één brede plank skiet
    Het olympische debuut voor Niek van der Velden komt eerder dan gepland. De zeventienjarige scholier uit Brabant had als doelstelling de Spelen van 2022 in Peking in zijn hoofd, maar komende maand is de snowboarder in Pyeongchang al van de partij.de Telegraaf 29-1-2018 18:22
    Ondanks de grote hoeveelheden alcohol ergeren veel Nederlanders zich aan dronken mensen op de piste, omdat die skiërs en snowboarders in gevaar brengen. „We houden van de sneeuw in de Alpen en de sport, maar daarna is het partytime”, aldus een Expedia-woordvoerster.de Telegraaf PAUL ELDERING 23 jan. 2018
    Een snowboarder uit Leipzig is tijdens een afdaling in de Tiroler Alpen om het leven gekomen. Pas na zes uur zoeken vonden reddingsploegen de 39-jarige man maandagochtend, zei de Tiroolse politie.de Telegraaf 22 jan. 2018

Etymologie

* van snowboarden

Vertalingen

EngelsSomeone who snowboards