soepgroente
vrouwelijk (de)/ˈsupxruntə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (groente) groente die men in de soep kan doen, vaak al gesneden en gewassen
- (groente) selderij[https://web.archive.org/web/20190715175609/https://dutchplusplus.ned.univie.ac.at/node/105 Surinaams Nederlands]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek