soepgroente

vrouwelijk (de)/ˈsupxruntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groente (groente) groente die men in de soep kan doen, vaak al gesneden en gewassen
  2. groente (groente) selderij[https://web.archive.org/web/20190715175609/https://dutchplusplus.ned.univie.ac.at/node/105 Surinaams Nederlands]