somma
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bedrag afgeleid van de optelling die het bedrag als uitkomst heeftEen enorm bedrag, hij was de eerste om dit toe te geven. Maar zijn familie had hem toegezegd te zullen helpen voor een somma van zeshonderdduizend gulden. En verder dacht hij met redelijk gemak twee miljoen aan aandelen te kunnen vinden die ingebracht en geamortiseerd konden worden. {{Aut|Haasnoot, RobertDe Associatie Cassa bracht de kwitanties aan toonder uit in coupures van duizend, vijfhonderd en honderd gulden. De tekst op de kwitanties: Ontvangen de somma van duizend gulden om aan Toonder op vertooning uit te betalen. Zegge duizend gulden — was op voorspraak van mr. Jan Bondt op die manier gesteld. {{Aut|Wiersma, GeertjeIn het geval van de nabestaanden van Srebrenica mocht Nederland van de rechter zelf een 'symbolisch' bedrag vaststellen. Uitkomst: 20.000 euro, een somma waarvan geschokt kennis werd genomen en waarvoor adjectieven als 'kruideniersachtig', 'weinig genereus' en 'Zeeuws meisje' zijn gebruikt. Volkskrant Olaf Tempelman 30 oktober 2014
Etymologie
* uit het Italiaans
Uitdrukkingen
- in somma — in het totaal
Vertalingen
Engelstotal amount, sum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek