Spant

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) spar in een dakconstructie, een dakspar of dakspant
  2. scheepvaart (scheepvaart) gebogen onderdeel in een romp die loodrecht op de lengte is aangebracht en voor het dwarsverband zorgt

Etymologie

* In de betekenis van ‘balk tegen de nok’ voor het eerst aangetroffen in 1662

Vertalingen

Spaanscabrio