speeltijd
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd dat men mag spelen op schoolHelaas was na een kwartiertje de speeltijd weer voorbij en moesten we weer hard werken aan de rekentoets.
- de tijd dat een wedstrijd duurt, de tijd dat een speler in een wedstrijd speeltKramer vliegt boven iedereen uit, knikt zijn voorhoofd tegen de bal: 3-3. Het doelpunt is de laatste goal - qua speeltijd - ooit gemaakt in eredivisie, meldde sportdatabureau Gracenote. NRC 27 november 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek