speeltje
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (speelgoed) iets dat dient om mee te spelen; stuk speelgoed; voorwerp van vermaak
- een voorwerp dat door een zuigeling gebruikt wordt om mee te spelenHij laat nu zijn speeltje met opzet op de grond vallen, zodat papa het weer op moet rapen.
- gekscherend iets waar een groot iemand dol op isAh, ik zie dat je weer een nieuw speeltje hebt? Een nieuwe BMW nog al liefst.
Etymologie
*, afgeleid van "speel" (van "spelen")
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek