speen
mannelijk/vrouwelijk (de)/spen/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rubber of plastic afsluiting op een zuigfles, voorzien van een gaatje waardoor het kind de vloeistof kan opzuigen
- (anatomie) tepel van een zoogdier
- (medisch) aambei
Etymologie
* In de betekenis van ‘tepel’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Vertalingen
Engelsnipple
Franstétine
DuitsBrustwarze, Zitze
Spaanstetilla de biberón, pezón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek