spekslager
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) slager die varkensvlees verkooptRouwig is Sengers (67) er niet om. Ook al verdwijnt de in 1938 geopende slagerij na „vijf generaties spekslagers” voorgoed uit Rotterdam. „Mijn voordeel is mijn leeftijd. Ik hoef niet meer zo nodig. Zo erg als vijftien jaar geleden, met al die junks en pooiers, is het niet meer. Maar er lopen nog genoeg vreemde vogels rond, die het winkelpubliek op afstand houden.” NRC Mark Hoogstad 2 augustus 2007 [https://www.nrc.nl/nieuws/2007/08/02/rottigheid-ranzigheid-en-leegstand-11367965-a43148 Rottigheid, ranzigheid en leegstand]
Vertalingen
Engelspork butcher, pork-butcher
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek