spiegelen

/ˈspiɣələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. kristallografie (kristallografie) een operatie waarbij de afstand tot een spiegellijn in twee, of een spiegelvlak in drie dimensies in richting omgekeerd wordt
    Deze structuur bevat beide enantiomeren van een molecuul omdat door de symmetrie het ene molecuul gespiegeld wordt in het andere.
  2. het verschuiven van koopwaar naar de voorste rand van een schap om de indruk te wekken dat het schap vol is
  3. psychologie (psychologie) een vorm van niet-verbale communicatie waarbij de ene gesprekspartner bewegingen van de ander, zoals het kruisen van de benen navolgt
  4. refl (refl) zich ~ aan zich vergelijken met de vermeende omstandigheden van anderen
    Hij spiegelde zich altijd aan de andere jongens in de klas, zonder te zien dat zij ook hun onzekerheden hadden.

Etymologie

*Afgeleid van spiegel

Vertalingen

Engelsreflect
Spaansreflejar