spierbal

mannelijk (de)/ˈspirbɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. De verdikking van de armbuiger die aan de voorkant van de bovenarm zit.
    Hij laat zijn spierballen zien, hij laat zien dat hij sterk is
  2. figuurlijk (figuurlijk) daadkrachtig