spierblessure

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beschadiging van een spier door overmatig gebruik
    De aanvaller kreeg in de eerste week van de voorbereiding op het nieuwe seizoen te maken met een spierblessure. Ook Myron Boadu en Ron Vlaar raakten geblesseerd.
    Real Madrid kan de rest van de competitie in Spanje waarschijnlijk niet meer beschikken over Marcelo. De 32-jarige Braziliaan heeft een spierblessure in een bovenbeen.