spitten
/ˈspɪtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een spade grond kerenEen stuk van een achtertuin is gisteren gespit.
Etymologie
* In de betekenis van ‘uitgraven’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Vertalingen
Engelsdig, grub, spade
Spaanscavar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek