sproet
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bruin vlekje op de huid dat veroorzaakt wordt door ultraviolet lichtZij had veel sproeten in haar gezicht.
Etymologie
* In de betekenis van ‘huidvlekje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsfreckle, sunspot
Franstache de rousseur
DuitsSommersprosse
Spaanspeca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek