staan
/stan/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich in verticale toestand van rust bevinden op een vaste ondergrondHij stond al een uur in de rij.Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.Het is dan altijd verstandig om niet in je eentje te gaan en niet verder te zwemmen dan waar je kan staan.
- (auxl) ~ te: duratief hulpwerkwoord: tijdens het staan iets doenHij staat buiten te telefoneren.Hij heeft een hele tijd staan telefoneren.
- (auxl) ~ te: hulpwerkwoord van een, vaak dreigende, onmiddellijke toekomstDat staat te gebeuren.
Etymologie
:Oost: : standan
Uitdrukkingen
- de beste stuurlui staan aan wal
- Alles staat of valt daarmee — Alles hangt daarvan af
- Als een paal boven water staan — Iets is helemaal zeker
- Als een vlag op een modderschuit staan — ergens helemaal niet bij passen
- Als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd
- Bekend staan als de bonte hond — onder geen goede naam bekend staan
- Bij iemand in het krijt staan — Een schuld bij iemand hebben
- Dat staat als een paal boven water — dat is zeker
Vertalingen
Engelsstand
Fransêtre debout, se trouver
Duitsstehen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek