staan

/stan/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich in verticale toestand van rust bevinden op een vaste ondergrond
    Hij stond al een uur in de rij.
    Decoraties en meubelstukken uit ver van elkaar verwijderde tijdvakken hingen en stonden elkaar met verwondering aan te staren.
    Het is dan altijd verstandig om niet in je eentje te gaan en niet verder te zwemmen dan waar je kan staan.
  2. auxl (auxl) ~ te: duratief hulpwerkwoord: tijdens het staan iets doen
    Hij staat buiten te telefoneren.
    Hij heeft een hele tijd staan telefoneren.
  3. auxl (auxl) ~ te: hulpwerkwoord van een, vaak dreigende, onmiddellijke toekomst
    Dat staat te gebeuren.

Etymologie

:Oost: : standan

Uitdrukkingen

  • de beste stuurlui staan aan wal
  • Alles staat of valt daarmeeAlles hangt daarvan af
  • Als een paal boven water staanIets is helemaal zeker
  • Als een vlag op een modderschuit staanergens helemaal niet bij passen
  • Als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd
  • Bekend staan als de bonte hondonder geen goede naam bekend staan
  • Bij iemand in het krijt staanEen schuld bij iemand hebben
  • Dat staat als een paal boven waterdat is zeker

Vertalingen

Engelsstand
Fransêtre debout, se trouver
Duitsstehen