stadhuistoren

mannelijk (de)/stɑtˈhœystorə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) smal, hoog oprijzend bouwwerk dat onderdeel is van het gebouw waar het bestuur van een grote plaats is gevestigd
    De Grote Markt is gemakkelijk te vinden: als de opgevouwen paraplu van een rondleider wijst de stadhuistoren de weg.