stadion

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groot complex voorzien van sportvelden, tribunes en bijbehorende nutsvoorzieningen

Etymologie

* Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘sportterrein’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1920

Vertalingen

Engelsarena, stadium
Fransstade
DuitsStadion
Spaansestadio
Italiaansstadio