stadsduif
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (duifachtigen) een afstammeling van de gedomesticeerde rotsduif, waarna deze huisduif later weer verwilderd is. De stadsduif is, net als de , de soepgans, de huismuis en de bruine rat, een cultuurvolger met een kosmopolitische verspreiding
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek