stadswijk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstɑtswɛik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wijk van een stad
    Zelfs met een flinke som geld en extra aandacht lukt het niet om een oude, arme volkswijk in een paar jaar te veranderen in een moderne stadswijk waar het goed toeven is. Dat blijkt in Oud-Crooswijk in Rotterdam, vijf jaar geleden volgens het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP) de armste wijk van Nederland.

Vertalingen

Engelsdistrict, neighbourhood, quarter
DuitsStadtviertel
Spaansbarriada, barrio