stand
mannelijk (de)/stɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoe of waar iets staatDat hangt van de stand van de zon af.Kun je de schakelaar s.v.p. in de stand 'midden' zetten?Aan de stand van de zon te zien gaat haar huwelijksplechtigheid bijna beginnen.
- sociale positie in de maatschappijZulk gedrag past niet bij zijn stand.' 4 Cynth trouwde met Samuel voor de burgerlijke stand in Wandsworth, in een kleine ruimte die rook naar bureaucratie en goedkoop parfum, met donkergroene muren en ijzeren stoelen.
- puntentelling bij een wedstrijd of een aantal cijfers op een paneel (meter)De stand is nu drie-nul voor de Belgische dames.
- berisping (alleen als verkleinwoord) zie: standje
- (biologie) grootte van de populatie van een soort in een bepaald gebiedDe stand van de zeehonden en de zeeschildpadden zullen door die olieramp een geduchte knauw krijgen.
- in stand houden: zorgen dat iets niet verloren gaatZe dacht aan De boomgaard op haar zolderkamer, haar volmaakte, veelkleurige paradijs, en schaamde zich voor haar eigen onwetendheid, voor de vasthoudendheid waarmee ze haar buitenlandse sprookje in stand wilde houden.
zelfstandig naamwoord
- plaats op een tentoonstelling waar producten vertoond wordenHij was vooral nieuwsgierig naar de stand van zijn concurrent.
Etymologie
*[B] in de betekenis van ‘plaats op een tentoonstelling’ ontleend aan """ en aangetroffen vanaf 1929
Uitdrukkingen
- tot stand brengen
- tot stand komen
Vertalingen
Engelsposition, stand, class
Spaansposición, clase, estamento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek