standaard

mannelijk (de)/ˈstɑndart/

Wat is de betekenis van standaard?

standaard betekent: (wetenschap) datgene waaraan vergelijkbare zaken afgemeten worden (eenheid [3] van maat, gewicht etc.)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) datgene waaraan vergelijkbare zaken afgemeten worden (eenheid [3] van maat, gewicht etc.)
  2. techniek (techniek), "steun", "stut", datgene wat iets anders in staande positie houdt
  3. militair, regering (militair) (regering) herkenningsvlag, onderscheidingsvlag
  4. economie (economie) geldstelsel waarin een edel metaal tot wettelijke maatstaf van waarde is aangenomen, bijv. een goudstandaard
  5. norm; zoals iets eigenlijk hoort te zijn; zoals het in feite noodzakelijk is
  6. taalkunde (taalkunde) (als eerste deel van taalnamen) vorm zoals door een gezaghebbend instituut als correct of gangbaar voor een geheel taalgebied aangemerkt

Voorbeelden van "standaard" in een zin

  • In het verleden was soms de lengte van 's konings voet de standaard van lengte.
  • Hij zette zijn fiets op de standaard.
  • Tijdens het koninklijke bezoek werd de koninklijke standaard geheven.

Etymologie

*via Middelnederlands "standaert" van "estendart", op te vatten als afgeleid van stand , in de betekenis van ‘voetstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1278

Vertalingen

Spaansestándar, bandera, estandarte