standplaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstɑntplats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vaste plaats waar iemand of iets zich bevindt
  2. een plaats waar een ambtenaar o.i.d. gevestigd is
  3. biologie (biologie) een plaats waar een bepaalde plantensoort verwacht kan worden
  4. jachttaal (jachttaal) een plaats waar de jager wacht op langskomend wild
  5. de plaats waar een voertuig of ander verkeersmiddel stilhoudt, halt maakt

Uitdrukkingen

  • [1] Standplaats voor taxi's.

Vertalingen

Engelsstand
Spaansparada