stegosaurus

mannelijk (de)/ˌsteɣoˈsɑurʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reptielen (reptielen) dinosaurus met grote rugplaten
    „Wist je dat de stegosaurus, een beest zo groot als een flinke olifant, hersens had ter grootte van een walnoot?”
    Van die giga-vissersbroeken die over je schoenen tot op de grond reiken waardoor je voetloos door het leven lijkt te gaan; ruches zo groot als de rugplaten van een stegosaurus – of hoe heet dat – en mouwen formaatje luchtballon.

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

EngelsStegosaurus