stempel
mannelijk (de)/ˈstɛmpəl/
Wat is de betekenis van stempel?
stempel betekent: voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lakZo'n afdruk wordt het stempel (n) genoemd.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lakZo'n afdruk wordt het stempel (n) genoemd.
- (gereedschap) werktuig om met kracht een indruk van een bepaalde vorm in een ander voorwerp aan te brengen
- bovenste gedeelte van de stamper in een bloem
- afdruk of indruk gemaakt door een daarvoor bestemd voorwerpDit voorwerp wordt de stempel (m) genoemd.
- (figuurlijk) kenmerkende sporen van een bepaalde maker of herkomst
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) balk of schoor ter ondersteuning
Voorbeelden van "stempel" in een zin
- Hij zette er zijn stempel op.
- Munten worden geslagen met stalen stempels.
- Het stempel op de postzegel liet zien dat de brief in Rolde gepost was.
- Hoewel zij maar vier jaar burgemeester was, heeft ze toch haar stempel op de gemeente gezet.
- Ze was niet langer de bediende die het huis van vlekken ontdeed; ze zou een onuitwisbaar stempel drukken dat niemand nog zou vergeten.
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "stempel" "poot, stijl"
Vertalingen
Engelsstamp, stamp, stigma
Franstampon, cachet, stigmate
DuitsStempel, Stempel, Narbe
Spaanssello, sello
Portugeesestigma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek