steun

mannelijk (de)/støn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets om op te steunen, te rusten
    Een stabiele steun hielp hem gauw weer op de been.
    Vanwege het gebrek aan steun echter moesten mijn enkels erg wennen aan het oneffen terrein.
  2. morele of materiële hulp
    Dankzij de steun van een studiebeurs ging ze naar de universiteit.
    Het viel hem op dat er veel politie was maar dat ze niet waren uitgerust met witte oproerhelmen en schilden. Dat was een stap vooruit, een kleine overwinning in de strijd tegen het vs-imperialisme. Je won de steun van het volk niet door met de politie te vechten.
  3. informeel (informeel) sociale uitkering
    Werklozen krijgen vaak steun van de overheid.

Uitdrukkingen

  • steun krijgen
  • verkapte steun

Vertalingen

Engelssupport, support, unemployment benefit
Fransappui, appui, allocation de chômage
DuitsStütze, Unterstützung, Sozialhilfe
Spaansapoyo, respaldo, apoyo