steunen

/'stønə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
    De Amerikanen steunen de Britten al voor zij bij de aanval op Pearl Harbor daadwerkelijk bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakten.
    Ze had op haar jonge leeftijd al veel mensen in beweging gekregen. Ook ik wilde haar steunen.
  2. inerg (inerg) ~ op: de last gedeeltelijk op iets leggen
    Zij steunen daarbij op de resultaten van een eerder onderzoek.
  3. van vermoeidheid of pijn een kreunend geluid maken
    "Maar... ik kan niet..." steunde hij.

Etymologie

* In de betekenis van ‘stutten’ voor het eerst aangetroffen in 1420

Vertalingen

Engelssupport, rely upon, moan
Franssoutenir, épauler, appuyer
Duitsunterstützen, beistehen, stützen
Spaansapoyar, ayudar, auspiciar