stormram

mannelijk (de)/ˈstɔrᵊmˌrɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, geschiedenis (militair) (geschiedenis) (in een belegering) een toestel, balk, stootblok, e.d. om de poort van een vesting open te beuken
  2. grote stevige paal om een deur in te rammen
    De politie gebruikte een stormram om in de woning van de terroristen te komen.
  3. iets waarmee men een opening of bekentenis kan forceren
    'Waarom heeft u die opname gemaakt, redacteur Levov?' vroeg de advocaat op dezelfde lichte toon als wanneer hij naar het weer zou hebben gevraagd. Wat een fantastische openingsvraag! dacht Eric. Zo briljant eenvoudig, en toch een stormram.

Etymologie

* als leenvertaling van Latijn "aries"

Vertalingen

Engelsbattering ram
Fransbélier
DuitsRammbock
Spaansariete
Italiaansariete
Portugeesaríete
Russischсокол
Deensrambuk