succesperiode
vrouwelijk (de)/sykˈsɛsperiˌjodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tijdperk waarin zeer goede resultaten worden behaaldIn 1 989, tijdens de succesperiode van kv Mechelen onder leiding van trainer Aad de Mos, schreef Herman aan Frank Albers: Verder geen nieuws, het is winterstop in het voetbal.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek