switch
mannelijk (de)/swɪtʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in een korte tijd optredende verandering
- (sport) wissel van spelers
- (economie) uitruil van effecten
- (elektrotechniek) onderdeel van een toestel of systeem dat twee of meer verschillende standen in kan nemen die de werking bepalen
- (communicatie) onderdeel van een communicatienetwerk dat de verbinding tussen paren aansluitingen tot stand brengt
- (informatica) instructie die bepalend is voor de verdere werking van een programma
- instelling die als code bij het starten aan een programma wordt meegegeven
- instructie in een programmeertaal die tot verschillende actie kan leiden, afhankelijk van de waarde van een expressie
- (seksualiteit) iemand die in bdsm-relaties zowel de dominante als de onderdanige rol kan spelen
Etymologie
*van "switch"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek