tailleren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. in vorm brengen door het overbodige weg te snijden
  2. (kleding:) taille geven aan
    De zwarte mantel zat haar als gegoten en diende als luxueus omhulsel voor het getailleerde mantelpakje dat zij er ongetwijfeld onder droeg.

Etymologie

*afgeleid van het Franse tailler ()

Vertalingen

Franstailler