talencursus
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van talencursus?
talencursus betekent: kortdurende lesperiode waarin men een taal leert
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kortdurende lesperiode waarin men een taal leert
Voorbeelden van "talencursus" in een zin
- Iedereen kent wel iemand die een tijdje in een exotisch oord een talencursus volgt, vrijwilligerswerk doet, op reis gaat.
- Het kost ze misschien een beetje moeite, maar veel buitenlanders die voor hun werk in Nederland wonen, proberen echt Nederlands te spreken. Zeker als deze expats een talencursus hebben gehad.
Veelgestelde vragen over talencursus
Wat is de betekenis van talencursus?
talencursus betekent: kortdurende lesperiode waarin men een taal leert
Welk woordgeslacht heeft talencursus?
talencursus is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je talencursus in een zin?
Voorbeeld: “Iedereen kent wel iemand die een tijdje in een exotisch oord een talencursus volgt, vrijwilligerswerk doet, op reis gaat.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek