talenwonder

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel talen machtig is
    Sznejo had rechten gestudeerd, kon heel goed tekenen en was een talenwonder: hij sprak Grieks, Italiaans, Frans, Engels, Duits, Spaans, Arabisch en Hebreeuws. Hij leerde Pools.
    Het ministerschap van Buitenlandse Zaken lijkt Timmermans op het lijf geschreven. Hij kan er al zijn talenten als politicus, diplomaat en talenwonder in kwijt.