tandem
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fiets waarbij twee personen de aandrijfkracht kunnen leveren
- bespanning met twee paarden achter elkaar
- twee nauw samenwerkende personen, een duo
- onderdeel van het paringsritueel van libellen, waarbij het mannetje het vrouwtje bij de nek vastneemt
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tweepersoonsfiets’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Vertalingen
Engelstandem bicycle
Franstandem
DuitsTandem
Spaanstándem
Italiaanstandem
Portugeesbicicleta tandem
RussischТандем
Japansタンデム自転車
Poolstandem
Zweedstandemcykel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek