tandem

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fiets waarbij twee personen de aandrijfkracht kunnen leveren
  2. bespanning met twee paarden achter elkaar
  3. twee nauw samenwerkende personen, een duo
  4. onderdeel van het paringsritueel van libellen, waarbij het mannetje het vrouwtje bij de nek vastneemt

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tweepersoonsfiets’ voor het eerst aangetroffen in 1889

Vertalingen

Engelstandem bicycle
Franstandem
DuitsTandem
Spaanstándem
Italiaanstandem
Portugeesbicicleta tandem
RussischТандем
Japansタンデム自転車
Poolstandem
Zweedstandemcykel