tandenstoker

mannelijk (de)/ˈtɑndə(n)ˌstokər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) puntig instrumentje om etensresten tussen de tanden te verwijderen

Etymologie

*Samenstellende afleiding van tand en de stam van stoken

Vertalingen

Engelstoothpick
Franscure-dents
DuitsZahnstocher
Spaanspalillo mondadientes
Italiaansstuzzicadenti
Russischзубочистка
Poolswykałaczka
Zweedstandpetare