tandpijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑntpɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pijn in één of meerdere tanden
    Sinds gisteren heeft hij tandpijn.

Vertalingen

Engelstoothache
Fransmal de dents
DuitsZahnschmerzen, Zahnweh
Spaansdolor de dientes, odontalgia
Zweedstandvärk