tandpijn
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑntpɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pijn in één of meerdere tandenSinds gisteren heeft hij tandpijn.
Vertalingen
Engelstoothache
Fransmal de dents
DuitsZahnschmerzen, Zahnweh
Spaansdolor de dientes, odontalgia
Zweedstandvärk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek