tape
mannelijk (de)/tep/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plakband bijv. isolatietape, afplaktape, sellotape, sporttape
- magneetband van een opnameapparaat bijv. audiotape, cassettetape, filmtape, mastertape, videotape
- papieren strook bij een telegrafisch apparaat, ticker-tape
- telegrafisch koersbericht onder beurstijd, tickertape
Etymologie
* van "tape"
Vertalingen
Engelstape
Fransscotch
DuitsKlebeband
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek