tapirs

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onevenhoevigen (onevenhoevigen) een familie van de onevenhoevigen die alleen nog voorkomt in Zuidoost-Azië en Zuid- en Midden-Amerika. Er zijn echter fossielen bekend van over de hele wereld. Jonge tapirs zijn gestreept, pas op latere leeftijd kleuren ze donkerbruin, waarbij de Indische soort een witte achterkant krijgt

Etymologie

* "tapir" met de uitgang -s