tas

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑs/

Wat is de betekenis van tas?

tas betekent: zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
  2. persoon (persoon) jonge vrouw
zelfstandig naamwoord
  1. (België) kopje waaruit men warme drank kan drinken
zelfstandig naamwoord
  1. resultaat van het op elkaar stapelen of gooien van gelijksoortige zaken
zelfstandig naamwoord
  1. techniek, gereedschap (techniek) (gereedschap) stalen blok dat op een aambeeld wordt geplaatst, of in een bankschroef wordt geklemd, om als een klein aambeeld te dienen

Voorbeelden van "tas" in een zin

  • Hij heeft een tas bij zich.
  • 'Laat mij straks jouw tas maar dragen,' stel ik voor.
  • Alles verdwijnt in haar tas met de snelheid van iemand die op de vlucht is.
  • Een tas thee.
  • De tas heeft een tap (dikke stift) die in het schroodgat van een aambeeld past, zodat hij niet kan verschuiven.

Etymologie

*[D] van "tas"

Vertalingen

Engelsbag
Franstas
DuitsTasche
Spaansbolsa, saco