tas
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑs/
Wat is de betekenis van tas?
tas betekent: zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
- (persoon) jonge vrouw
zelfstandig naamwoord
- (België) kopje waaruit men warme drank kan drinken
zelfstandig naamwoord
- resultaat van het op elkaar stapelen of gooien van gelijksoortige zaken
zelfstandig naamwoord
- (techniek) (gereedschap) stalen blok dat op een aambeeld wordt geplaatst, of in een bankschroef wordt geklemd, om als een klein aambeeld te dienen
Voorbeelden van "tas" in een zin
- Hij heeft een tas bij zich.
- 'Laat mij straks jouw tas maar dragen,' stel ik voor.
- Alles verdwijnt in haar tas met de snelheid van iemand die op de vlucht is.
- Een tas thee.
- De tas heeft een tap (dikke stift) die in het schroodgat van een aambeeld past, zodat hij niet kan verschuiven.
Etymologie
*[D] van "tas"
Vertalingen
Engelsbag
Franstas
DuitsTasche
Spaansbolsa, saco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek